HET GEMINI TEAM

Luuk Folkerts

over fauna en flora

Gemini Windpark wordt op volle zee gebouwd, omgeven door maritieme flora en fauna. Hoe wordt daar zo zorgvuldig mogelijk mee omgegaan? Luuk Folkerts begeleidt het project in termen van vergunningen en milieumonitoring. De ambitie: zo min mogelijk hinder veroorzaken, nu en later.

Het is bijzonder om te zien hoe veel betrokkenen bij Gemini allemaal zo hun eigen geschiedenis met het project hebben. Luuk Folkerts is daarop geen uitzondering. Zijn verhaal gaat terug tot 2005: ‘Indertijd was de Duitse windenergie ontwikkelaar Bard zich aan het oriënteren op mogelijke plekken in de Noordzee voor de bouw van windmolens. Ik werkte toen bij adviesbureau Ecofys en we werden gevraagd mee te denken. Ik heb hen aangeraden voor deze locaties te gaan, in de race om vergunningen en subsidies van de Rijksoverheid die toen gaande was. Weliswaar liggen deze plekken wat verder uit de kust, maar het waait er altijd vorstelijk. Bovendien is de Eemshaven een prima plek voor de netaansluiting.’ Daarna was Folkerts zes jaar lang niet bij het project betrokken: ‘Ik ben het project uiteraard wel blijven volgen. Omdat ik de locatieselectie had gedaan en het parkontwerp had gemaakt was het toch een beetje “mijn” windpark.’ De belangstelling voor duurzame energie had Folkerts al langer: ‘Ik ben van huis uit natuurkundige en gepromoveerd op fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Maar op een gegeven moment heb ik bewust de switch gemaakt naar een meer maatschappelijk relevante carrière. Duurzaamheid vind ik heel belangrijk.’

‘Straks in de operationele fase keert de rust hier weer terug.’

Nader onderzoek

Eerst bij Ecofys en vanaf 2010 als zelfstandige heeft Folkerts gewerkt voor grote offshore windparken als Prinses Amalia en Sheringham Shoal. ‘Milieumonitoring en de vergunningen speelden daarbij uiteraard ook al een belangrijke rol. Die kennis en ervaring kon ik goed gebruiken toen ik bij Gemini aan de slag ging.’ Verbinden, dat is een van de belangrijkste rollen die hij dagelijks vervult: ‘Aan de ene kant heb ik met wetenschappers te maken, voor de onderzoeken die wij laten uitvoeren. Dat moet ik managen. Vervolgens moet ik ervoor zorgen dat alles goed landt bij de autoriteiten die erover gaan. Met als uiteindelijk doel dat het project binnen de vergunningen en binnen budget wordt gerealiseerd.’

In het hele vergunningentraject speelt de Milieueffectrapportage een belangrijke rol, zo legt Luuk uit, maar vooraf zijn niet alle mogelijke effecten goed te bepalen. ‘Je hebt dan te maken met zogeheten “leemtes in kennis”. De overheid zegt dan: bepaalde zaken moet je nader onderzoeken om die kennisleemtes in te vullen. In ons geval gaat dat met name om de fauna: vogels, vissen, bruinvissen en zeehonden. Welke hinder ondervinden zij tijdens de bouw en in de operationele fase erna?’ Een veelheid aan instrumenten wordt ingezet om dit te meten: ‘Tijdens het heien hebben we bijvoorbeeld onderwatergeluidmetingen gedaan en ook gekeken hoe bruinvissen op het heien reageren. Dit wordt gedaan met tellingen vanuit de lucht. Ook maken we gebruik van passieve akoestische metingen, met meetapparaten onder water die de kliks van bruinvissen kunnen opvangen. De vogels meten we met tellingen vanaf een schip en met een speciale vogelradar.’

 

‘Wij laten zien dat we het snappen, hoe we schade willen voorkomen en dat we zorgvuldig monitoren.’

Apart bekijken

Er wordt niet alleen gemeten, zo maakt Folkerts duidelijk. ‘We weten bijvoorbeeld dat bruinvissen gehoorschade kunnen oplopen van de heiactiviteiten als zij te dichtbij komen. Daarom zetten we een FaunaGuard in: een onderwaterluidspreker die irritante maar niet schadelijke “wegjaaggeluiden” voortbrengt, op een hoge frequentie. Voor de vissen doen we dat ook, maar dan juist met laag frequente geluiden.’ En werkt dit naar behoren? ‘Naar de effectiviteit van deze methodes doen we apart ook onderzoek. Bij het Marsdiep bij Texel testen we de FaunaGuard uit en kijken we naar de reacties van langszwemmende bruinvissen.’

Het welzijn van dieren speelt bij dit alles een cruciale rol: ‘In onze vergunning stond bijvoorbeeld dat we de “mortaliteit” bij vissen moesten onderzoeken, door vissen in kooien aan het heigeluid bloot te stellen. Daarna moesten we dan tellen hoeveel er dood gaan. Nou is het al een logistieke nachtmerrie om dat midden op de Noordzee te regelen, maar wij stonden bovendien op het standpunt: liever de vissen voorafgaand aan het heien verjagen dan ze dood maken. Daarop hebben wij de inzet van de FaunaGuard bepleit en dat bleek gelukkig mogelijk.’

 

Meer kennis

Volgens Folkerts gebeurt dit in goed overleg met de overheid. ‘Wij laten zien dat we het snappen, hoe we schade willen voorkomen en dat we zorgvuldig monitoren. Daarnaast is bijzonder dat ons project bijdraagt aan de vergroting van onze kennis op natuur- en milieugebied. Zo doen we mee aan een langjarig onderzoeksproject dat de verspreiding van zeehonden volgt. Komen ze bijvoorbeeld na de bouw straks weer naar het windpark? Dat zou heel goed kunnen, mede omdat het gebied straks afgesloten zal zijn voor de visserij. Samen met het bodemleven en de aangroei op de fundamenten van de turbines zal dat een interessant ecosysteem opleveren. Bij bestaande windparken zien we een toename van de biodiversiteit en visstand.’ Kijkend naar Gemini concludeert Luuk dat de grootste impact op de omgeving inmiddels achter de rug is: het heien. ‘Uiteraard produceren we nu ook nog geluid, maar straks in de operationele fase keert de rust hier weer terug. Overigens voeren we ook na de ingebruikname nog milieumonitoring uit, om te zien hoe de fauna zich dan verder ontwikkelt.’